Bijdrage van: Frederic
Bonroy
De volgende tekst zal je helpen
de basis pricipes van MS-DOS te leren begrijpen en hoe er mee te werken.
De kennis die je opdoet kan van pas komen als je je computer moet opstarten
van een schone diskette om een virus te verwijderen.
1. De opdracht regel
DOS wordt gebruikt met behulp
van opdrachten of instructie's. Dit betekent dat er geen leuke ikoontjes
zijn een geen muis om te gebruiken, maar inplaats daarvan type je rechtstreeks
opdracht die de computer uitvoert.
De prompt bestaat natuurlijk
niet uit een willekurige reeks van tekens. Er is een structuur en deze
geeft handige informatie. Hier zie je hoe het er uit ziet als je van diskette
opstart:
De letter "A" geeft het huidige
station weer en wordt gevolgd door een dubbele punt (":"). Station A: correspondeert
met het diskette station (net als in Windows). Hierna komt de huidige directorie
(zo heet een map in DOS). In dit geval is het de hoofd directorie waar
de \ voor staat. De hoofddirectorie is de eerste in de hierarchische opbouw.
Elke andere directorie is een ondeel van de hoofd directorie. Het > teken
beeïndigd de prompt.
Let op dat DOS je toestaat
om de vorm van de prompt aan te passen (dit wordt hier niet besproken),
maar in de meeste gevallen ziet het er uit als bovengenoemd.
Onderstaande is ook een normale
prompt. Het is niet moeilijk te raden in welke directorie we nu zijn...
het is directorie TEST op station A:
2. Opdrachten ingeven
Zoals hierboven beschreven,
vertel jij de computer wat er moet gebeuren door opdrachten in te geven
achter de prompt en dit af te sluiten met de Enter toets. De computer zal
de opdracht analyseren en uitvoeren als deze herkend wordt. Stel dat we
iets geks invoeren:
A:\>pizza
De
opdracht of bestandsnaam is onjuist |
Logisch dat de "pizza" opdracht
totaal onbekend is. Maar DOS is vriendelijk en verteld wat er fout is.
Op je scherm staat dat je "De opdracht of bestandsnaam is onjuist"
hebt ingegeven. Dit onthult tevens, dat DOS "opdrachten" en bestandsnamen
als ingave accepteert. Maar wat is het verschil?
3. Opdrachten en bestandsnamen
Het programma dat de prompt
weergeeft en je opdrachten laat intoetsen heet "command interpreter". Het
is het bestand command.com. Een commando is een opdracht uitgevoerd door
de command interpreter zelf. Ingave van een "goede" bestandsnaam (in tegenstelling
tot een "onjuiste" bestandsnaam) zal echter het bestand uitvoeren. Een
"goede" bestandsnaam van een bestand dat DOS herkend is een programma (programma's
zijn .bat, com and .exe)
4. De "dir" opdracht
Je gaat met bestanden werken,
dus is het handig te weten wat deze bestanden zijn. De "dir" opdracht geeft
een lijst met bestanden in de huidige directorie samen met informatie over
deze bestanden. Hier is een voorbeeld:
| A:\>dir
Het
volume in drive A heeft geen naam.
Het
volumenummer is 1234-5678
Map
van A:\
TEST
<DIR> 01-01-99 01:02
AUTOEXEC
BAT 391
12-05-99 14:40
CONFIG
SYS 63
12-05-99 14:45
HIMEM
SYS 33,447 05-05-99
22:22
EMM386
EXE 126,695 05-05-99 22:22
COMMAND
COM 96,370 05-05-99
22:22
5 bestanden 256,966 bytes
1 dir('s) 1,200,698 bytes beschikbaar |
De eerste twee regels beginnend
met "Volume" zijn niet interessant. De derde regel geeft aan welke directorie
getoond wordt. Hierna volgt de inhoud van de directorie. TEST is een directorie
in de directorie die getoond wordt; een "subdirectorie". Het teken "<DIR>"
geeft dat aan. Hierna volgt een overzicht met bestanden. Elke regel bestaat
uit de naam, de extensie, grootte in bytes en datum en tijd van laaste
bestandswijziging. De laatste twee regels geven korte informatie over de
directorie weer.
Weet dat als je de opdracht
dir een bestandsoverzicht laat weergeven, sommige bestanden of directories
er zo kunnen uitzien:
c:\progra~1
In feite is dit de "C:\Program
files" directorie. Afwijkend van Windows, staat DOS niet toe dat de naam
van een bestand of directorie groter is dan 12 tekens (inclusief de punt)
of spaties bevat. WIndows verkleind de naam, zodat DOS de naam kan weergeven.
Geen paniek, Windows zal de naam "C:\Program files" nog steeds correct
weergeven. DOS geeft dus de eerste 6 tekens van zo een "lange" bestandsnaam
of directorie weer. Mochten deze overeenkomen met een andere lange bestandsnaam
of directorie, dan verhoogd DOS het nummer achter de "~" met 1.
De "dir" opdracht accepteert
bepaalde parameters. Parameters definieren hoe de opdracht uitgevoerd moet
worden. Als bijvoorbeeld, er meer bestanden in een directorie zijn dan
op het scherm getoond kan worden, dan zal het scherm heel snel voorbij
flitsen en alleen de laatste bestanden laten zien. Om dit te voorkomen
kan je de parameter "/p" ingeven. Deze zorgt ervoor dat de dir opdracht
stopt als een scherm helemaal vol is. Gevraagd wordt om een toets in te
drukken en het volgende scherm wordt weergegeven en zo verder.
Je kan ook de parameter "/ad"
ingegeven. Deze toont alleen directories, geen bestanden. Voor een gedetailleerde
uitleg waarom het alleen directories toont, kijk in sectie 7, Bestandsattributen".
De opdracht dir accepteert meerdere parameters. Alle DOS opdrachten geven
een overzicht van de parameters die zij accepteren als je achter de opdracht
"/?" ingeeft.
5. Directories
5.1 Veranderen van directorie
Als je in A:\> bent en de
inhoud van subdirectorie TEST wilt zien, moet je eerst van directorie veranderen.
Dit doet je door de opdracht "cd" ("cd" staat voor "change (verander) directorie").
Het moet gevolgd worden door de naam van de directorie:
Let erop dat DOS NIET
hoofdletter gevoelig is, met andere woorden het maakt niet uit welke combinatie
van letters of hoofdletters je gebruikt. TEST is gelijk aan test
wat gelijk is een tEsT, wat gelijk is een TEst, etc. Je kan
nu bijvoorbeeld de dir opdracht gebruiken om de inhoud van de directorie
te bekijken. om terug te gaan naar de directorie waar je vandaan kwam,
geef "cd.." in. Dit zegt DOS om een stap terug te gaan in de directorie
structuur:
Je kan ook het pad van een
directoire specificeren (pad is de volledige naam van een directorie inclusief
de schijfletter):
| A:\TEST>cd
a:\hello
A:\HELLO> |
5.2 maken en verwijderen
van directories
Gebruik de "md" opdracht ("make
(maak) directorie") gevolgd door een naam om een directorie te maken:
De naam van een directorie
en bestand moeten aan bepaalde regels voldoen:
-
De naam mag niet langer zijn
dan 8 tekens, optioneel gevolgd door een punt en extensie van niet meer
dan 3 tekens.
-
Onderstaande tekens zijn niet
toegestaan omdat zij een speciale functie hebben:
? * / \ : < > |
-
De volgende namen zijn niet toegestaan
omdat zij een speciale functie hebben:
nul, con, prn
-
Naamen zijn niet hoofdletter
gevoelig
Om een directorie te verwijderen
gebruik je de "rd" ("remove (verwijder) directorie") opdracht:
Dit werkt alleen als de directorie
leeg is, dus geen bestanden of subdirectories bevat. De directorie waar
je in bent kan je naturlijk niet verwijderen. Je zal dan eerst van directorie
moeten veranderen.
Als je een directorie met
alle bestanden en subdirectories wilt verwijderen gebruik dan het programma
"deltree". (Mogelijk staat het op je opstartdiskette):
Voorzichtig! Deltree
is zeer destructief! Het zal vooraf vragen om verder te gaan. Denk goed
na voor je het gebruikt!
6. Bestandsbeheer
6.1 Verwijderen van bestanden
Een bestand kan verwijderd
worden met de opdracht "del":
Let op dat DOS niet
vraagt om bevestiging, maar het bestand gewoon verwijderd!
Als je alle bestanden in een
directorie wilt verwijderen, kan je gebruik maken van zogenaamde "jokertekens":
Dit zal alle bestanden in
de huidige directorie verwijderen. DOS zal eerst om een bevestiging vragen,
maar alleen om alle bestanden te verwijderen! Niet voor bevestiging per
bestand!
Het sterretje staat voor
een willekeurige reeks van bestanden; je kan ook het ? teken gebruiken
wat voor een willekeurig teken staat. Bijvoorbeeld, de volgende opdracht
verwijdert alle bestanden beginnend met "letter", gevolgd door een willekeurig
teken en ongeacht extensie:
De meeste andere DOS opdrachten
accepteren ook jokerteken!
6.2 Kopie maken van bestanden
Een kopie maken van een bestand
doe je door de opdracht "copy" (kopie):
| A:\>copy
letter.txt c:\document |
De eerste parameter is de
bron,
de tweede is het doel. Als je geen doel ingeeft, dan neemt DOS aan
dat je de huidige diretorie bedoeld:
| A:\>copy
a:\test\letter.txt |
Dit maakt een kopie van bestand
letter.txt van directorie A:\test naar de huidige directorie welke A:\
is.
Als je een bestand wilt verplaatsen
(kopie maken en bron verwijderen), gebruik je de opdracht "move" (verplaats).
Mogelijk staat het op je opstartdiskette. Let er wel op, dat je altijd een
doel moet ingeven. Met dit als uitzondering, is de opdracht voor kopie
of verplaatsen gelijk.
6.3 Bestandsnaam veranderen
Je kan de bestandsnaam veranderen
met de opdracht "ren" (rename - andere naam). Let er op, dat je niet twee
of meer bestanden met dezelfde naam in dezelfde directorie kunt hebben!
Natuurlijk moet de bestandsnaam voldoen aan de voorwaarden van sectie 5.2.
| A:\>ren
oldname.txt newname.txt |
6.4 Bekijken en aanpassen
van een bestand
De opdracht "type" geeft je
de mogelijkheid om een bestand met leesbare inhoud (bijvoorbeeld tekstbestanden)
te bekijken. Afhankelijk van het aantal regels, zal je het zelfde zien
als bij de opdracht dir: het scherm zal voorbij flisten en de laatste regels
van het bestand weergeven. Echter, de opdracht "type" kent de "/p" parameter
niet. Je moet de opdracht "type" combineren met de opdracht "more" (meer).
Alleen de opdracht laat ik hier zien. Het is niet van belang dat
je weet hoe het werkt, maar dat het werkt.
| A:\>type
autoexec.bat | more |
Om een tekstbestand aan te
passen gebruik je de DOSeditor. Dit is de naam van edit.com (type "edit" achter de prompt).
Start het gewoon. Het heeft een gebruikersinterface welke voor een Windows
geen problemen zal opleveren. Als je geen muis hebt of je opstartdiskette
heeft geen muis ondersteuning, dan kan je het menu met de "Alt" toets activeren.
Je kan door het menu navigeren met behulp van de pijltjestoetsen en de
Enter toets. Om het menu te verlaten, druk je op de Esc toets. Je tekst
selecteren met het tegelijkertijd gebruik van de shift toets en de pijltjestoetssen
7. bestandsattributen
Ieder bestand en directorie
heeft bepaalde attributen, die bepalend zijn. Bijvoorbeeld, attributen
bepalen of een bestand aangepast mag worden ("read-only" (alleen lezen)
attribuut), of het getoond wordt met de opdracht "dir" ("hidden" (verborgen)
attribuut) of dat het een systeembestand is ("system" (systeem) attribuut).
Er is ook een "archive" (archief) attribuut, maar dit alleen van belang
bij het maken van backups en wordt hier niet besproken. Als laatste is
er het "directorie" attribuut. Dit geeft aan dat het een directorie is.
Niet meer, niet minder.
|
Normaal |
Alleen-lezen |
Verborgen |
Systeem |
| Tonen met "dir" |
Ja |
Ja |
Nee |
Nee |
| Wijzigen |
Ja |
Nee |
Ja |
Ja |
| Verwijderen |
Ja |
Nee |
Nee |
Nee |
| Kopie maken |
Ja |
Ja |
Nee |
Ja |
| Naam wijzigen |
Ja |
Ja |
Nee |
Ja |
Merk op dat de "Nee" zwaarder
weegt dan "Ja". Bijvoorbeeld een alleen-lezen bestand zal door "dir getoond
worden, echter als het alleen-lezen en verborgen is, zie je het niet door
het verborgen attribuut.
Het programma "attrib" stelt
je in staat om attributen te wijzigen of te verwijderen. Als je het zonder
parameter gebruikt, geeft het de attributen van alle bestanden in de directorie
weer:
C:\test>attrib
A S SYSTEM.TXT
A H HIDDEN.TXT
A R READONLY.TXT
A SHR ALL.TXT
A NONE.TXT |
De "A" staat voor het "acrchive"
(archief) attribuut; nogmaal dit mag je vergeten. Onthoudt dat je "more"
kan gebruiken als het scherm voorbij flitst. Zie sectie 6.4.
Om een attribuut te maken/verwijderen,
specificeer je een "+" of "-" teken gevolgd door de letter van het attribuut
en bestandsnamen of jokertekens:
| A:\>attrib
+h -r letter.txt |
| A:\>attrib
+h -r + s *.dat |
Met de opdracht dir kan je
bestanden weergeven met een specifiek attribuut. Gebruik de /a parameter
meteen gevolgd door de letter van het attribuut dat je wilt zien, bijvoorbeeld:
geeft alleen "hidden" (verborgen).
8. Andere DOS opdrachten
8.1 Pad
Als je een opdracht ingeeft,
controleert de command interpreter eerst of deze opdracht bestaat. Als
de opdracht bestaat, dan wordt deze uitgevoerd. Als de opdracht niet bestaat,
dan zoekt de command interpreter naar een bestandsnaam die bestaat uit
wat jij hebt ingetypt met de extensie .com (natuurlijk wordt de extensie
".com" niet toegevoegd als je opdracht al op ".com" eindigd). Als zo een
bestand niet bestaat, dan wordt er gezocht naar bestanden met de extensie
.exe en daarna .bat. Als geen van deze bestanden bestaat, dan komt de boodschap
"Bad command or file name" op je scherm. Als, echter,zo een bestand bestaat,
wordt het uitgevoerd.
Maar waar zoekt de command
interpreter naar deze bestanden? Als je een directorie of bestand specificeert,
dan controleert het of het in de huidige directorie bestaat. Als je het
pad van het bestand niet aangeeft, dan wordt gezocht in de huidige directorie
en vervolgens in de lijst van directories die bekend staat onder "path"
(pad). Dit geeft aan waar command.com moet zoeken naar bestanden. Je kan
het pad weergeven door "path" in te toetsen achter de DOS prompt:
A:\>path
PATH=A:\;A:\TEST
A:\> |
Er wordt gezocht op volgorde
van weergegeven directorie.
Je kan het pad aanpassen door
de opdracht "path" met een lijst van directories gescheiden door puntkomma
in te geven.
Om een directorie toe te
voegen aan een bestaand pad, gebruik je de opdracht gevolgd door het woord
"path" tussen procent tekens ("%") gevolgd door een puntkomma en dan de
directorie.
A:\>path
PATH=A:\;A:\TEST
A:\>path
a:\hello
A:\>path
PATH=A:\HELLO
A:\>path
%path%;a:\letters
A:\>path
PATH=A:\HELLO;A:\LETTERS
A:\> |
8.2 Geheugen
Gebruik het "mem" programma
om de hoeveelheid gebruikt en vrij geheugen weer te geven
mem /c
geeft een lijst avn geladen bestanden en de heoveelhied geheugen ze gebruiken.
Gebruik de "/p" paramter
om mem te laten wachten als een scherm vol is (werkt hetzelfde als bij
de opdracht "dir")
Weet dat mem een progamma
is. Mogelijk staat het op je opstartdiskette.
8.2 Tijd en datum
Geeft "time" (tijd)
voor de huidige tijd. Je kan een nieuwe tijd ingeven of gewoon op de Enter
toets drukken. Hetzellde geldt voor "date" (datum).
8.3 Scherm wissen
Type "cls" om het scherm te
wissen.
9. Config.sys, autoexec.bat,
io.sys en msdos.sys
De twee tekstbestanden autoexec.bat
en config.sys zouden op je opstartdiskette moeten staan. Zij zijn voor
een bepaald doel.
9.1 Config.sys
Dit bestand laadt bepaalde
stuurprograams' in het geheugen en kan configuratie informatie voor DOS
bevatten. Een regel beginnend met "device" of "devicehigh" laadt een stuurprogramma.
Er is een klein verschil tussen beide regels, maar daar hoef je je niets
van aan te trekken - van ons standpunt, doen ze allebei hetzelfde. Bij
twijfel, gebruik "device".
De "REM" ("remark") opdracht
is van groot belang. DOS slaat een regel beginnend met REM over.
Dit geeft je de mogelijkheid om een stuurprogramma
tijdelijk buiten werking te stellen zonder de regel te verwijderen (om
de wijzigingen plaats te laten vinden, moet je opnieuw opstarten omdat
DOS de inhoud van config.sys alleen tijdens het opstarten leest). Natuurlijk
kan je een regel beginnend met REM gebruiken voor commentaar.
9.2 Autoexec.bat
Autoexec.bat is een "batch"
(verzameling) bestand. Een batch bestand bevat een verzameling van DOS
opdrachten welke opeenvolgend worden uitgevoerd. Batch bestanden zijn handig
als je vaak dezelfde taken moet uitvoeren. Autoexec.bat wordt tijdens het
opstarten uitgevoerd. Het kan de landcode specificeren voor je toetsenbord,
bepaalde programma's uitvoeren, een welkomsboodschap weergeven, en meer.
Natuurlijk kan je autoexec.bat ook aanpassen. Het kent ook de REM opdracht
(zie boven).
9.3 Io.sys en msdos.sys
Dit zijn de meest belangrijke
systeembestanden. Eigenlijk kunnen we stellen: io.sys is DOS. Command.com
is alleen maar een gebruikersinterface naar io.sys. Msdos.sys is ook een
systeembestand in oudere DOS versies. In huidige DOS versies is het een
tekstbestand, dat je kan bewerken. Echter, laat deze bestanden met rust.
Meestal zijn ze verborgen, terwijl ze onder geen voorwaarde verwijderd
mogen worden!! Ze moeten in de hoofddirectorie van je schijf staan!